Schotlandtrip,
herfstvakantie 2018.
Geschreven door:
Niels Krol

Schotland trip, herfstvakantie 2018.

We vertrokken op deze bewolkte vrijdag middag vanuit Witmarsum. In een volgepropte auto reden we naar Rotterdam en na een kleine vertraging arriveerden we rond 19:30 op de boot. Aan boord werd het “Op pad met vrienden” gevoel direct beklonken met een paar Belgische biertjes. Na een gezellige avond en een overnachting in een bomvolle hut (5 personen in een 4 persoons hut) arriveerden we de volgende dag in Hull. Daar propten we onszelf weer in de auto en begonnen aan de rit van 600 kilometer. Begin van de avond arriveerden we in Fort William, waar we de laatste dingen insloegen bij een lokale supermarkt en vervolgens vertrokken we met de auto naar een uithoek van de beschaving.

Nadat de kronkelweg naar de wildernis alsmaar smaller werd stopte deze uiteindelijk in een parkeerplaats in the middle of nowhere. Hier werd de auto uitgeladen, kleden we ons om en werden de camelbacks voor het eerst gevuld met ongefilterd water dat door de Schotse Hooglanden stroomt. Ik moet toegeven dat ik eerst wat sceptisch was over het drinkwater maar het viel uiteindelijk, net als zoveel dingen, allemaal reuze mee. Het was inmiddels donker geworden en de klok liep tegen een uur of 7 vermoed ik. We hadden onderhand al lang afscheid genomen van het laatste beetje bereik van onze mobiele telefoons.

Toen we helemaal bepakt en bezakt waren gingen we op pad. Hoofdlamp op, tas op de rug en gaan met die banaan. Ik zal eerlijk bekennen dat voor een gematigd avonturier als ik, die enigzins op zijn comfort gesteld is, de tocht die in het vooruitzicht lag mij niet direct toe lachte. Maargoed, gerustgesteld door het feit dat Sieko de reis grotendeels had uitgestippeld en we elke nacht in een bothy konden slapen stapten we vrolijk het donker in.

Na een wandeling van 2 uur, die begon bij een onverhard pad en later overliep in helemaal geen pad, kwamen we uiteindelijk bij de eerste overnachtingsplek aan. Het was een bothy met 2 kamers waarvan er 1 een houtkachel had. We besloten in deze kamer te gaan slapen. We pakten wat spullen uit om te gaan koken, rolden alvast onze slaapmatjes en slaapzakken uit en lieten de whisky rondgaan. De kamer werd verlicht door onze hoofdlampen en de kachel verwarmde de ruimte goed. Eigenlijk was het al een beetje thuis. In de bothy was het aangenaam en gezellig en hoewel het nog niet eens heel laat was besloten we te gaan slapen. Want de volgende dag stond er een tocht gepland... zonder paden of wegen.

Bij het opstaan de volgende dag kon je pas goed zien waar we eigenlijk terechtgekomen waren die avond ervoor. En ik kan je vertellen het uitzicht was adembenemend voor iemand die hier voor het eerst komt. De rust, de ruimte, de natuur in zijn overstoorde schoonheid en de simpelheid van leven.

We aten ons ontbijt, pakten de spullen in en lieten de bothy zo goed als mogelijk achter. We gingen op pad... nouja pad, we gingen een kant uit. We zouden deze dag namelijk een tocht lopen van ongeveer 7 kilometer, helemaal zonder paden en wegen. Al snel kreeg ik in de gaten dat de voorzorgsmatregelen die we genomen hadden om enigzins droog te blijven absoluut niet overbodig waren. De Schotse Hooglanden zijn de natste plek op deze aardbol waar ik ooit geweest ben. Elke stap die je zet drukt het water langs je schoenen omhoog, en elke pol gras waar je overheen loopt is zeiknat. Maargoed, we waren onderweg. Het was droog, ik was nog droog, in het bijzijn van mijn vrienden en in een prachtige omgeving. Wat wil je nog meer?

Nou daar kwam ik achter toen we al 45 minuten onderweg waren en ongeveer 200 meter hadden afgelegd van de bothy.  We waren al 3 kwartier aan het ploeteren over een bizar kleine afstand toen we bij de rivier aankwamen, of stroom, maar net hoe je het zien wilt. Het was niet zo diep maar als je pech had zou je wel tot je middel kunnen weg zakken.

Ondanks dat we een uur geleden onze hele uitrusting hadden aangetrokken ging nu de onderste helft weer uit om door de rivier heen te waden. Kleren en schoenen om je nek, tas op de rug en hopen dat het water niet te hoog kwam. Het water was fris, heel fris wat voor de motivatie zorgde om snel door te lopen. Toen iedereen aan de overkant was en alles weer had aangetrokken gingen we verder. Het was ploeteren over hoge stukken grasland, langs kliffen waar je niet vanaf wilde vallen en in de meeste gevallen met schitterend uitzicht. We ploeterden uren achter elkaar en ik kon mij niet voorstellen dat deze tocht maar 7 kilometer zou zijn. Af en toe stopten we even om wat te eten en te drinken, wat energie bijtanken om vervolgens weer op pad te gaan. Zo nu en dan kwamen de regen in onophoudelijke stromen naar beneden. Je capouchon op doen en naar de grond kijken had nauwelijks zin want de wind speelde dusdanig met de regen dat deze van alle kanten kwam, ook van onder.

Na uren gingen we eindelijk bergafwaarts en werd het terein gemoedelijker en vlakker. We kwamen bij een hoop stenen uit aan de rand van een meer. Waar Sieko en Stijn iets moesten opbiechten. Er was een bothy op ongeveer 500 meter lopen. Maar in het vorige verblijf hadden ze een stuk papier zien hangen waarop vermeld stond dat deze bothy gesloten was tot november. Sieko opperde om een bivak te gaan bouwen bij deze ruïne, en nu moet je begrijpen dat een bivak in deze omstandigheden mijn definitie van hel is. Koud, nat en een stevige bries zorgden ervoor dat ik niet echt uitkeek naar dit vooruitzicht. Uiteindelijk besloten we om door te lopen naar de bothy en als die inderdaad dicht zat gingen we terug naar de troosteloze bult stenen waar we dan een door mij gevreesde bivak zouden gaan bouwen. De bothy in kwestie was in goede staat, onlangs opgeknapt en op een prachtige locatie aan het meer. De ramen waren gesloten met ijzeren luiken waar een hangslot op zat, iets wat bij aankomst niet bemoedigend werkte. Sieko liep naar de deur en gaf er een ruk aan. Wonder boven wonder en als het winnende lot uit de loterij ging de deur open en waren wij weer verzekerd van een nacht slapen tussen stenen muren en een solide dak boven ons hoofd. Hier was het weer heerlijk verblijven. We konden een warme hap bereiden, dronken wat whisky en het was wederom gezellig.

De volgende stond er weer een tocht gepland zonder paden of wegen, hemelsbreed viel het allemaal wel mee maar we moesten eerst een flinke heuvel over en na die heuvel zouden we bepalen wat de uiteindelijke route werd. De geplande route ging na de heuvel over een knappe bergkam, flink wat hoogte meters die we aan de andere kant ook weer zouden moeten afdalen. We begonnen de hike vanaf de bothy en kwamen al snel bij de heuvel aan. We zochten de meest geschikte route om naar boven te klauteren en met wat handen en voetenwerk was dit vaak best te doen. Eenmaal over de heuvel keken we uit op de bergkam die we moesten trotseren. Een aantal van ons, waaronder ikzelf, was echter nog niet helemaal zeker van de zaak. Niemand van ons had ervaring met deze bergkam en kon ook niet zeggen wat er aan de achterkant zat. Daarnaast was het weer vrij grillig en de gedachte dat hulpdiensten uren op zich zouden laten wachter mocht er iets misgaan maakten het dat ik, de schijterd of de verstandige?, al snel besloot om niet over deze kam te klimmen. We kozen dus voor de lange weg om de berg heen, waardoor we voor de aankomende nacht ook direct een andere bestemming kregen. De tocht voor ons was absoluut schitterend. Er waren goede paden, het uitzicht was prachtig en verder was alles in de omgeving, inclusief onszelf, natter dan nat. Ik ben nog nooit in mijn leven op een plaats geweest waar het zo nat is als in de Hooglanden. Afijn, daar waren we op gekleed.

De bothy voor die nacht lag aan de rand van een bos en vanwege de routeverandering arriveerden we op tijd. De bothy bestond uit 2 grote kamers waarvan 1 een extra opkamer had, een soort slaapkamer. We besloten hier onze spullen uit te pakken. Mark en Sieko waren al snel het bos in gegaan en hadden een dode boom gevonden om neer te halen. Na het fijnere slag en zaag werk kwam de boom aan zijn eind. Hij werd netjes in stukjes gehakt en we konden nu een mooie voorraad hout neerleggen zodat mensen na ons er ook nog iets aan hadden. In deze bothy werd het snachts kouder dan ik het tot dusver had meegemaakt. De opkamer waar Sieko, Mark en Stijn sliepen was iets hoger van de grond, uiteraard had ikzelf de niet zo slimme beslissing gemaakt om in de kamer op de grond te gaan liggen. De volgende ochtend vertelde Martin dat hij snachts mensen voor het raam had zien staan, en die mensen hadden naar binnen geschenen met hun zaklampen. Ze hadden volgens Martin nogal wat lawaai gehad en voorzichtig gingen we in de andere kamer kijken of deze nachtelijke avonturiers zich misschien hier hadden genesteld. Echter bleek de kamer leeg te zijn en er was ook geen spoor te bekennen dat hier snachts mensen geweest waren. Uiteindelijk ging Martin ook een beetje aan zichzelf twijfelen en kwam het er op neer dat hij het misschien wel allemaal gedroomd had.

Anyhow, we pakten onze spullen bij elkaar en namen de komende dag met elkaar door. We zouden een mooie hike maken van een uur of 4 á 5 waarna we bij 1 van de mooiste bothy’s zouden komen, aldus Sieko. De volgende dag zouden vanuit die bothy weer terughiken naar de bothy waar we nu waren. Dat stelde een aantal van ons in de gelegenheid om wat spullen in deze bothy te laten zodat de backpack voor de komende 2 dagen wat lichter werd. En al snel hadden de meesten zich ontdaan van al het overbodige eten, kleding en materiaal.

Tegen een uur of 11 vertrokken we en het klimaat van Schotse Hooglanden was weer grillig, maar we begonnen er langzaam aan te wennen. De tocht van deze dag bracht ons langs verschillende meren en kende ook weer een x aantal hoogte meters. Hoogte meters die ons vooral naar beneden brachten want de bothy voor die dag lag aan zee. Nadat we weer steevast een aantal uur door weer en wind gelopen hadden over niet al te beste paden kwamen we bij de grootste afdaling van de dag aan. We stonden nog redelijk hoog op een berg en konden de bothy an zien liggen, we moesten er alleen nog even heen lopen. Het was niet zozeer het berg-af lopen waar ik tegenopzag, maar wel het berg-op van de dag erna, want we zouden immers weer terug naar waar we vandaan kwamen.  

Eenmaal aangekomen bij de bothy kon je al snel zien dat deze ook weer op een prachtlocatie lag. Aan zee en de wind en stroming hadden de meest uiteenlopende zaken doen aanspoelen aan de kustlijn. Sommige van ons dumpten hun spullen in de bothy en holden direct weer naar buiten om de oud Hollandse jutter uit te hangen terwijl Martin en ik ons binnen verschansten en het vooral warm en droog probeerden te krijgen. We kwamen namelijk als verzopen katten aan bij deze bothy. De regen was weer genadeloos van alle kanten op ons af gekomen en de waterdichtheid van onze materialen begon langzamerhand de geest te geven. In deze bothy was het voor het eerst dat we geen vuur konden maken. Niet omdat we niet wilden of omdat er geen vuurplaats in de bothy zat, maar omdat er gewoonweg geen droog en brandbaar materiaal te vinden was. De bothy zelf, 1 van Sieko’s favorites, was by far de meest basic bothy waar we tot dusver geweest waren. Iets wat een charme van zichzelf heeft en zeker niet onderdoet voor de overige bothy’s. S’avonds kwamen er nog 2 engelstalige heren in dezelfde bothy overnachten. Ze deden zich voor als artsen maar na een kort gesprek bleken ze gewoon nog te studeren. We gingen die avond vroeg slapen, de afgelopen dagen begonnen hun tol te eisen en iedereen kon wel een extra uurtje slaap gebruiken.

De volgende dag vertrokken de Engelse heren al vroeg, al voordat wij überhaupt uit bed kwamen. Het was prettig dat we nu weer gewoon als groep misfits bij elkaar waren, zonder pottenkijkers. Net als alle andere dagen werden de pannetjes water voor het ontbijt weer opgezet, maar ik had niet echt een gevarieerd ontbijtmenu meegenomen en de zoete rommel die ik al 3 dagen weg kauwde kreeg ik niet meer naar binnen, geen ontbijt voor mij dus. Toptip: Stel een gevarieerd voedselpakket samen! De natte kleren die wij door de hele bothy als slingers hadden ophangen waren voor geen meter gedroogd, en dus iedereen trok moedig zijn natte plunje weer aan. De tassen werden weer ingepakt en we vertrokken weer in dezelfde richting als waar we gister vandaan kwamen. De route van vandaag zou exact hetzelfde zijn als die van gisteren, alleen dan omgekeerd.

Toen we smiddags bij de voor ons inmiddels bekende bothy aankwamen waren was er toch wel een beetje opluchting dat de spullen die we daar gelaten hadden er nog steeds waren. In de andere kamer van de bothy had zich wel een nieuwe gast gehuisvest. Een Poolse meneer bij wie Mark zijn fles whisky geruild heeft voor wat anders...

Het was op deze druilerige middag dat we tot de conclusie kwamen dat we de volgende dag nog maar anderhalf uur hoefden te lopen voordat we weer bij de auto waren. Al snel werd het idee geopperd om die middag nog naar de auto te gaan en terug te rijden naar Fort William, om ons met ons gezelschap nog even in de beschaving te mengen. En dus zo het geschiede dat we daar de tassen inpakten met de spullen die we daar gelaten hadden, onze nieuwe Poolse vriend vaarwel zeiden en weer bepakt en bezakt de weg op gingen.

Het was een korte wandeling en als eigenaar van de bolide was ik enigzins opgelucht om te zien dat de auto er nog stond. Bij de auto aangekomen begon de grote omkleed truc weer. Iedereen probeerde ergens nog een fatsoenlijk setje kleding vandaan te toveren en onze zijknatte backpacks werden achterin de auto geladen. De rit naar Fort William duurde nog een uurtje en daar aangekomen besloten we dat we allemaal wel zin hadden in een warme hap. Sieko deed een aardige poging om ons naar een eettent te krijgen waar we een degelijk engels diner konden krijgen maar de meerderheid van de groep koos voor vies, vet, ranzig eten. Op naar de McDonald’s dus.

Nadat we daar allemaal een portie westerse beschaving op gebuffeld hadden maakte we een plan de campagne. Er was een bed en breakfast in de buurt gevonden voor een prima prijs. Dus wij erheen, inchecken en daarna voor het eerst in 5 dagen weer eens lekker douchen. Nadat iedereen zijn haar weer in de scheiding had gingen we de stad onveilig maken (woohoo!) Helaas voor ons was het oh oh Cherso seizoen van Fort William al lang en breed afgelopen en nadat we 2x hoopvol bij een karaoke bar naar binnen hadden gespiekt besloten we toch maar in een sportsbar te gaan zitten. Op het eind van de avond zijn we allemaal weer heelhuids teruggekomen en vond iedereen voor het eerst sinds dagen een matras om op te slapen. 

De volgende dag haalden we ontbijt in de lokale supermarkt en nadat dit naar binnen gewerkt was werd het tijd om afscheid te nemen. Want waar er 5 arriveerden gingen er die dag maar 4 terug. Sieko zou in Fort William blijven om een paar dagen later weer een mooie hike te maken. Voor de mensen op de achterbank van de auto was het trouwens geen probleem dat ze nu iets meer ruimte hadden de komende 600 kilometer.

Nadat de boot ons weer van Hull naar Rotterdam gebracht had en we ook de laatste kilometers hadden afgelegd kwam dit mooie verhaal ten einde. Dit was een ervaring om nooit meer te vergeten. Zelfs voor de meer gematigde avonturier als ikzelf is er absolute schoonheid te vinden in de primitieve omstandigheden waar je mee te maken krijgt als je verstoten van alle moderne communicatie en comfort bent aangewezen op de mensen om je heen. Tijdens deze dagen leer je elkaar misschien niet op een andere manier kennen, maar ik denk dat je elkaar wel op een andere manier leert waarderen. Je ziet ook meer de kleine dingen die je als vrienden voor elkaar over hebt. Graag zou ik zoiets nog eens willen doen met deze bende van ellende, alleen dan in een korte broek klimaat.

 

We happy few.